Nijsen/Granico focust op circulaire voerprojecten

nijsen granico verwerkt nevenproducten zoals koek snoep en deegwaren tot hoogwaardige food for feed grondstoffen

Nijsen/Granico verwerkt bijproducten uit humane voeding tot hoogwaardige grondstoffen in de mengvoerproductie. Daarnaast richt het zich volledig op circulaire projecten zoals het leghennenbedrijf Kipster in Castenray. Deze zomer werd voor landbouwjournalisten uit de hele wereld een excursie naar beide bedrijven georganiseerd.

In Nederland en Vlaanderen hoort het tot de essentie van de voederproductie om bijproducten uit humane voeding om te toveren tot hoogwaardige diervoedergrondstoffen. Bedrijven als het Vlaamse Trotec en de Nederlandse Agrifirm Coproducts en Nijsen/Granico behoren op wereldvlak echter tot een kleine groep van unieke circulaire veevoedingsfabrikanten.

Waar bij collega-bedrijven het uitgebalanceerde eindproduct vooral als hoogwaardige grondstof wordt gebruikt in de mengvoerproductie, focust Nijsen/Granico daarnaast op volledig circulaire projecten zoals het leghennenbedrijf Kipster in Castenray. Dit pluimveebedrijf noemt zichzelf het meest diervriendelijke en leefmilieuvriendelijke leghennenbedrijf ter wereld. Tijdens het internationale landbouwcongres voor agrarische journalisten, IFAJ 2018 Dutch Roots, werd afgelopen zomer een excursie naar beide ondernemingen georganiseerd.

“Onze onderneming is voor Nederlandse normen een vrij klein veevoederbedrijf, maar het ‘Food-For-Feed’- concept is uniek in de wereld”, aldus Business Development Manager Karel van der Velden van Nijsen/Granico. Hoewel het familiebedrijf zich vooral richt op de varkenssector, maakt het ook het pluimveevoer voor Kipster.

Food-For-Feed

Nijsen/Granico verwerkt brood, deegwaren, gebakjes, toast, biscuits, snoep, chocolade, marmelade, cakes, snacks en half afgewerkte voedingsmiddelen (bijvoorbeeld tarwebloem) tot hoogwaardige grondstoffen voor veevoeding. Van de Velden benadrukt dat het steeds om verse bijproducten gaat. “Deze grondstoffen hebben het voordeel dat ze gemaakt zijn van granen van hoge kwaliteit met hoogwaardig zetmeel en hoogwaardige vetten. Ze zijn smakelijk, bevatten een diversiteit aan suikers en zijn goed verteerbaar”.
Er zijn ook steeds meer reststromen omwille van de eisen van de consument (bijvoorbeeld naar individuele verpakking), omdat het eindproduct perfect moet zijn en wegens fouten op of met de verpakking. Daarnaast zijn meer overschotten van het snijden (vormgeven) van producten, de controles aan de band (verwijdering producten van de lijn), het groeiend aantal varianten van producten en de productontwikkeling.

Nijsen/Granico kan rekenen op 230 leveranciers van bijproducten van humane voedingsmiddelen, waaronder zeventig industriële bakkerijen, maar er worden ook befaamde ‘Belgian Chocolats’ aangevoerd. Het bedrijf heeft een eigen ophaalbedrijf, maar werkt ook met derden en het kan rekenen op vaste transporteurs voor vloeibare bijproducten van de voedingsindustrie. Van de aangevoerde bijproducten komt 50 procent uit Nederland. De andere helft komt uit België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Engeland, Zweden, Finland, Polen en Slowakije.

Het afzetgebied van Nijsen/Granico bestaat uit Nederland, Duitsland, België en Frankrijk. De belangrijkste Food-For-Feed-grondstoffen voor varkensvoer zijn Deegmelange, biscuits en een foodmix (in pellets). Nijsen/Granico heeft ook enkele gewaardeerde commerciële producten zoals Snoepsiroop (Premium), droogvoer voor zeugen, vleesvarkens en biggen, Broodmelange voor brijrantsoenen en Forti Boost (kant-en-klaar vloeibaar biggenvoer).

Nieuwe concepten

Nijsen/Granico maakt ook volledig voer. Van der Velden wijst erop dat anno 2018 Europa nog 43 milioen ton grondstoffen voor veevoeding moet invoeren, vooral soja- en palmmeel (bijproducten van soja- en palmolie) en voedergranen. Vandaag wordt volgens de European Former Foodstuffs Processing Association (EFFPA) zo’n 3,5 miljoen ton bijproducten van de humane voeding in het veevoer verwerkt. Dat vervangt 35.000 tot 400.000 ha tarwe. Volgens de EFFPA kan het volume tegen 2025 opgedreven worden tot 7 miljoen ton. “Food-For-Feed is de duurzame toekomst”, zegt Van der Velden. “Wij willen groeien in efficiëntie, met nieuwe concepten en we zoeken ook mee naar meer Europese eiwitten.”
Algemeen Directeur John Geurts kijkt vooral naar de veranderende consument en wil die duurzame concepten bieden. “Centraal staat de waarde die je wilt creëren” zegt hij, “en dat kan je niet alleen. Dat moet je met gans de keten doen.”

Traditioneel bestaat varkensvoer volgens Van der Velden voor iets meer dan 60 procent uit granen, voor 20 procent uit bijproducten, voor ruim 10 procent uit ingevoerde grondstoffen en bijproducten (van buiten de EU) en voor de rest uit voormengsels en additieven. Bij Nijsen/Granico bestaat het voer voor een kleine 30 procent uit granen, voor ruim 30 procent uit graanvervangers (gehomogeniseerde en gedroogde reststromen uit de levensmiddelenindustrie) en voor ruim 20 procent uit eigen bijproducten. Nijsen/Granico wil met nieuwe concepten differentieren en dit met veehouders als partners. Zo’n samenwerkingsconcept loopt in feite al, merkwaardig genoeg, in de pluimveesector met het bedrijf Kipster, het enige bedrijf waaraan Nijsen/Granico pluimveevoer levert. “De kippen van Kipster gebruiken dus geen granen meer”. benadrukt Van der Velden.

Kipster

Vier ondenemers, Maurits Groen, Olivier Wegloop, Stijn Claessens en Ruud Zanders, begrepen de snelle evolutie in de pluimveesector van vroeger tot de opschaling en de plofkip. Zanders had de evolutie zelf meegemaakt. Eens had hij 700.000 leghennen en het bedrijf ging ten onder aan de onzekere eierprijzen en de stijgende voerprijzen. Het viertal wilde het roer totaal omgooien. Zij vetrokken vanuit de behoeften aan duurzaamheid, milieuvriendelijkheid, diervriendelijkheid, goed buurtschap en een eerlijke prijs. Alles werd grondig bestudeerd en in 2017 rees in Castenray een uniek kippenparadijs uit de grond. Kipster opende op 15 september. Op 22 september konden de verwonderde buren een kijkje komen nemen en op 26 oktober werden de eerste eieren geleverd aan Lidl, waarmee Kipster een contract voor vijf jaar heeft voor directe levering (voor 23,4 eurocent/stuk) Er worden slechts 24.000 leghennen gehouden. De eieren kregen meteen het maximum van drie sterren van het dierwelzijnskeurmerk ‘Beter Leven’. De eigenaren noemen Kipster het dier- en milieuvriendelijkste leghennenbedrijf ter wereld. Het past bovendien perfect in de omgeving en het staat open voor de buren en anderen. Het is dus ook bezoekersvriendelijk.


De kippen genieten van ruimte, daglicht binnen en van gezonde buitenlucht. De buitenloop is afgedekt met een net bovenaan, zodat de kippen zicht buiten veilig voelen. De ziektedruk is laag. Er is bijna geen stof en toch leven de kippen zowel binnen als buiten in een soort speelpark met heel wat variatie met stronken, aanplantingen en heuveltjes. Het fijnstof is met 90% gereduceerd en de ammoniakemissie bedraagt slechts 0,025 kg per kip. De energie komt van 1078 zonnepanelen die meer produceren dan nodig. Er wordt enkel elektriciteit gebruikt. De eieren worden te plaatse verpakt en gaan direct naar de supermarkten van Lidl. Aan het einde van hun carriere worden de kippen vlakbij verwerkt tot kwaliteitsvlees.
Veel aandacht wordt besteed aan het esthetische aspect en er zijn allerlei voorzieningen voor bezoekers, ook voor kinderen. Het voeder is zoals gezegd volledig circulair (het bevat geen granen) en van hoge kwaliteit ook wat de smaak betreft. Het wordt speciaal door Nijsen/Granico, volledig op basis van ‘Food-For-Feed®, geproduceerd voor Kipster.